Op audiëntie bij de oudste zeearend van Nederland
Als ik tegen zeven uur ‘s morgens de auto parkeer bij Schokkerhaven, staat Martijn de Jonge mij al op te wachten. Het is nog rustig in de haven als we naar de Wave lopen, de boot waarmee ik met de natuurfotograaf en zeearendkenner bij uitstek naar de IJsseldelta zal varen. ‘Heb je een goede verrekijker bij je?’ vraagt hij. Ik antwoord bevestigend. De trossen gaan los, wij gaan op audiëntie bij de oudste zeearend van Nederland.
Varend op het Ketelmeer, rechts van ons het IJsseloog, besef ik nog eens hoe rijk de natuur in dit gebied is. Ik spot grauwe ganzen, visdiefjes, bergeenden, tafeleenden, knobbelzwanen en futen. Als we de eerste eilandjes van de IJsseldelta naderen, wijst Martijn mij op wilgen langs de oever, die zijn omgeknaagd door bevers. Iets verderop zit een beverburcht.
De IJsseldelta is, als onderdeel van de noordelijke randmeren, ook een van de weinige plekken in Nederland waar de grote karekiet nog voorkomt. Deze rietvogel staat als ‘bedreigd’ op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Eén van de beschermingsmaatregelen bestaat uit het verwijderen van struiken en bomen van de eilanden, zodat de rietkraag weer kan groeien en de kans op nestpredatie afneemt. Ook in de IJsseldelta. ‘Maar het verwijderen van bomen kan weer leiden tot verstoring van de zeearenden die in hetzelfde gebied leven’, constateert Martijn. Het is een dilemma: hoe ver ga je met het beschermen van de ene soort, zonder de andere soort te benadelen?
Al pratend, speuren we met de verrekijker de omgeving af. Met zijn geoefende oog ziet Martijn hem als eerste in het grauwe ochtendlicht: een zeearend! Hij – het is een mannetje – staat op de strekdam bij de opening van het Kattendiep. ‘Heeft hij een vis?’ vraagt Martijn zich hardop af. We kunnen het niet goed zien. Dan neemt de roofvogel de wieken en vliegt zonder prooi verder het gebied in. Als hij uit zicht is verdwenen, bekijkt Martijn de foto’s die hij heeft gemaakt. Uit de gegevens op de ring leidt hij af dat het man AV15 is, in 2017 op het Vogeleiland in het Zwarte Meer geboren.
Martijn vaart met de Wave verder de IJsseldelta in. Bij het eiland met het zeearendnest gaan wij voor anker. Het eiland is dichtbegroeid met schietwilg, vlier en els. Het nest ligt beschut achter de voorste rij bomen, het is door de uitdijende begroeiing nog net te zien. Op het nest zit het vrouwtje, AF19. Zij is met zeventien jaar de oudste bekende Nederlandse zeearend, in 2007 geringd in de Oostvaardersplassen (een jaar na het eerste jong uit 2006, dat niet werd geringd).
Onze hoop is gevestigd op de man die terugkeert met een prooi voor het nestjong. We worden niet teleurgesteld, want na een kwartiertje komt hij met een stevige vis – een brasem, denkt Martijn – overvliegen. Een indrukwekkend gezicht. Opvallend is dat de vis die hij in zijn klauwen heeft, de kop mist. Martijn ziet dat vaker. ‘Blijkbaar al in het veld eraf getrokken’.
Als de man zijn prooi naar het nest heeft gebracht, gaat hij op een kale tak bovenin een boom zitten. Eén van zijn vaste uitkijkposten, waar hij een goed overzicht op de omgeving heeft. Van de Wave trekt hij zich niets aan, wij zijn niet gevaarlijk.
Martijn, die het IJseldeltapaar al jaren volgt, gaat er gezien de prooiaanvoer vanuit dat er minstens één jong op het nest zit, dat inmiddels bijna vijf weken oud is. ‘Dat betekent dat deze zeearend nu vijftien jongen heeft gehad. In 2014, 2016 en 2022 was ze onsuccesvol maar de rest van de jaren van 2012 tot en met 2024 wist ze jongen groot te brengen. Eerst met haar Duitse partner geringd als Z663. En nu voor de tweede keer met haar Nederlandse man AV15. In haar 17e levensjaar brengt ze haar vijftiende (of zestiende) jong groot. Een hele prestatie!’