Bert Zijlstra volgt al 20 jaar de gierzwaluw in Lelystad: 'Het observeren van deze mysterieuze vogel is een vak apart'

Bert Zijlstra wijst een kleine opening onder een dakpan aan, waar even later een gierzwaluw door naar binnen vliegt. Foto: Egbert Voerman

Tijdens het maken van deze reportage, afgelopen vrijdag, was hij nog te horen en zien in Lelystad. Maar als u dit leest, is hij mogelijk al vertrokken naar Afrika: de gierzwaluw. Deze mysterieuze vogel, die bij velen geliefd is om zijn ultieme zomergeluid, wordt al 20 jaar gevolgd door Lelystedeling Bert Zijlstra. ‘Het observeren van gierzwaluwen is een vak apart’.

Je hoort de gierzwaluw eerder dan je hem ziet: het gieren is een uit duizenden herkenbaar geluid. Als vliegende sikkels suizen ze door de lucht. Ze worden beschouwd als onze ‘zomerbrengers’, maar ze zijn er al in het voorjaar, weet Bert. ‘Rond Koningsdag, de eerste exemplaren vaak al medio april, komt hij terug uit Afrika en begin augustus vertrekt hij alweer’. Al spotte hij eens half september nog invliegers.

Een vogel die dus maar kort in Nederland aanwezig is. En hoewel de soort luidruchtig door de straten kan vliegen weten de meeste mensen niet dat hij bij hen onder de dakpannen nestelt. De gierzwaluw gaat namelijk vaak pas als het schemerig wordt naar zijn nest toe en verdwijnt snel onder het dak.

Laatkomer in de stad

Lelystad is pas relatief laat door de gierzwaluw ontdekt, vertelt Bert. ‘Dat komt omdat de eerste woningen in de stad (Zuiderzeewijk en Atolwijk) bijna allemaal platte daken zonder gaten hadden, terwijl gierzwaluwen – oorspronkelijk holenbroeders – holtes en losliggende dakpannen nodig hebben om onder te broeden.’ Uitzondering vormt het Smedinghuis, waar in Lelystad de eerste gierzwaluwen werden waargenomen. ‘Dat gebouw, met al zijn holtes en hoekjes, heeft wel iets weg van een rots’.

In datzelfde Smedinghuis, wellicht geïnspireerd door de gierzwaluwen die hij rondom het gebouw zag scheren, kwam een medewerker van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders op het idee om onder de dakpannen van nieuwbouwwoningen in Lelystad een klein hoekje open te laten om gierzwaluwen nestgelegenheid te bieden. Het Karveel, de wijk waar Bert is opgegroeid en waar hij als volwassene met zijn gezin in 2000 opnieuw ging wonen, werd zo één van de eerste wijken in Lelystad waar de gierzwaluw een kolonie vormde. ‘In 2004 zag ik er voor het eerst één onder het dak schieten’. Sindsdien volgt Bert de gierzwaluw in zijn woonwijk – vanaf maart dit jaar ook professioneel in dienst van Landschapsbeheer Flevoland.

Gierzwaluwen eten in de lucht, ze paren in de lucht, ze zoeken vliegend hun nestmateriaal bij elkaar en ze slapen in de lucht. Foto: Ran Schols

Een intensieve klus

Nesten zoeken is een intensieve klus, weet Bert uit ervaring. Door het vogelgedrag te bestuderen, leerde hij al doende waar hij de nesten kon vinden. ‘Vanaf een uur voor zonsondergang tot een halfuur na zonsondergang maak je de grootste kans om ze naar hun nest te zien vliegen. Het geluid van het gieren is handig om de vogels te lokaliseren, maar aan hun vlieggedrag kun je zien hoe ze naar hun nest gaan’. Bert heeft inmiddels ook een scherp oor ontwikkeld voor het geluid dat gierzwaluwen maken als ze op hun nest zitten.

‘Gierzwaluwen doen bijna alles in de lucht: eten (allerlei kleine insekten), drinken, paren en nestmateriaal zoeken. Zelfs slapen doen ze in de lucht, met één oog open; hun ene hersenhelf blijft wakker als hun andere hersenhelft rust. Hun enige contact met de aarde is het nest. Op de grond zijn ze gedoemd. Hun pootjes zijn niet geschikt om op te staan, alleen om te grijpen, alle vier tenen zijn naar voren gericht. Als je een gierzwaluw in je hand hebt, merk je dat ze flink kunnen knijpen’.

Gestage groei

Het onderzoek dat in Berts achtertuin begon, heeft zich inmiddels uitgebreid over grote delen van de stad. ‘Het onderzoek geeft een indruk, niet meer en niet minder’, benadrukt Bert. ‘Voldoende om een idee te hebben van wat er speelt in de stad. Er is een gestage groei te zien. Het aantal gierzwaluwen in de wijk neemt toe, maar ook het aantal wijken waar ze broeden’.

Naast het Karveel, broedt de vogel nu ook in Lelystad-Haven, (een deel van de) Schoener, Stelling/Schans/Veste en de Horst. Recent zijn er broedgevallen bijgekomen in Gondel, Schouw, Delta, Lagune, Westkaap en Oostkaap. Bert: ‘In de oudere wijken met platte daken broeden ze onder dakgoten of in holtes onder de regenpijp’.

Bekijk hier alle waarnemingen van gierzwaluwen in Lelystad.

Onder daken kunnen temperaturen hoog oplopen. Zo hoog dat jonge gierzwaluwen voortijdig het nest verlaten. Zo ook bij dit exemplaar. Hulp van de mens kan er voor zorgen dat dit jong toch nog naar Afrika kan vliegen. Foto: Bert Zijlstra

Beschermd

Nesten van vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Nestlocaties van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd. ‘Dat betekent niet dat je in zo’n geval helemaal niets aan je huis kan doen, maar je hebt wel een verplichting’, vertelt Bert. Zo schakelt woningcorporatie Centrada Landschapsbeheer in voordat een renovatie plaatsvindt. ‘Wij doen dan een quickscan; een soort vooronderzoek. Als na een quickscan nader onderzoek nodig is, dan kan dat wel een jaar duren. Gelukkig laat de praktijk zien dat bij vervanging van dakpannen gierzwaluwen vaak op dezelfde plek terugkeren’.

Naast ‘zomerbrengers’ zijn gierzwaluwen ook nuttige dieren. ‘Ze geven een indicatie hoe het is gesteld met onze leefomgeving. Als er gierzwaluwen rondvliegen boven het water of boven groenstroken, is dat een aanwijzing dat er insecten zijn. En insecten dienen ook als voedsel voor andere diersoorten. Allemaal kleine radertjes in het grote natuurweb dat gesponnen is en die zich allemaal tot elkaar verhouden. Als daar gaten in vallen, brokkelt het af’.

Tijdens een korte rondwandeling door zijn eigen buurt wijst Bert gaatjes en holtes onder dakpannen en nokpannen aan waar gierzwaluwen broeden. In de blauwe lucht boven ons zien we de sikkelvormige vogels rondsuizen. Sporen van vet op de muur of vogelpoep op de stoep zijn ook een aanwijzing voor de aanwezigheid van een nest. Terwijl Bert naar een holte onder een dakpan wijst, zien we een gierzwaluw invliegen.

Nestplaatsen van gierzwaluwen in de wijk Karveel. Bron: Waarneming.nl

Tips

Tot slot geeft Bert nog een aantal tips om de gierzwaluw ‘in huis’ te halen: ‘Probeer te genieten van de natuur dichtbij huis. Plek bieden aan huisbewonende soorten zoals gierzwaluwen en huismussen, hoeft niet ten koste te gaan van je woongenot. Er komt geen vocht of vuil in het huis. Maak je huis ook niet ‘te mooi’ door de opening onder je dakpannen met een lat af te sluiten, want zo sluit je je huis af voor gierzwaluwen. Speciale tip voor aannemers en bouwers: prepareer nieuwbouwhuizen zodanig, dat huisbewonende soorten er een nestplek kunnen maken. Bijvoorbeeld door nestkasten in te bouwen aan de noord- en oostkant. Zo nodig je dieren uit in de wijk. Zoveel extra hoeft dat niet te kosten’.

Bert pleit ook voor het plaatsen van kunstmatige nestkasten in eventuele nieuwe hoogbouw het stadscentrum. ‘Want niets is mooier dan op het terras te genieten van het zomerse geluid van de gierzwaluw’.

 
Een vlucht gierzwaluwen. Foto: Landschapsbeheer Flevoland
error: Content is protected !!