Dankzij Ank Otto vond literair Nederland de weg naar Lelystad

Ank Otto (links) bij het afscheid van haar man Will Otto als landdrost in 1976. Foto: Zuiderzeecollectie / Batavialand

Deel 80 gaat over een cultureel pionier.

In het kader van de Boekenweek laat ik jullie deze keer kennismaken met een vrouw die het prille Lelystad op de kaart heeft gezet bij literair Nederland: Ank Otto. Zij was de echtgenote van Will Otto, die van begin 1963 tot in 1976 gelijktijdig directeur van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders én landdrost van het Openbaar Lichaam van de Zuidelijke IJsselmeerpolders was. Een man die zijn stempel heeft gedrukt op Lelystad, Dronten en later Almere. Vanaf de zomer van 1970 tot 1994 woonde het echtpaar Otto in een villa aan de rand van Lelystad, aan het Jagersveld. Ank was veel meer dan ‘de vrouw van’. Zij nam in Lelystad het initiatief voor ‘Schrijvers in de Huiskamer’.

Geïnspireerd door schrijverslezingen in Utrecht

Lelystad lag als een verlaten enclave in het drooggelegde land. Op cultureel viel er nagenoeg niets te beleven. Wat was er op tegen, elke maand een andere schrijver te vragen om bij haar thuis in de woonkamer te komen voordragen uit eigen werk? Ank was op dit idee gekomen door de schrijverslezingen die de Utrechtse boekhandel Broese in de jaren vijftig organiseerde. Will en Ank bezochten verschillende van deze lezingen. Omdat de boekhandel en de bibliotheek in Lelystad dit niet aandurfden, besloot Ank haar huis voor dit doel open te stellen. Dat was toen nog een nieuw fenomeen. Vrouwen uit de omgeving met belangstelling konden komen luisteren. Zo begon het en deze verbluffend simpele formule werd een succes.

Zes lezingen per jaar

In 1973 was Gertie Evenhuis de eerste schrijver die bij Ank thuis een lezing gaf. Maar ook Hella Haasse, Mensje van Keulen en Bert Schierbeek nodigde ze uit. Gemiddeld waren er zes lezingen per jaar. De kosten van de middagen werden aan het begin van het seizoen hoofdelijk omgeslagen over de vaste bezoeksters: zij betaalden 35 gulden (bijna 16 euro) per persoon.

Half schrijvend Nederland, van An Rutgers van der Loeff tot Lidy van Marissing, maakte kennis met de fauteuil en de open haard in huize Otto. De gastvrouw stelde het repertoire samen aan de hand van recensies, die zij zorgvuldig uitknipte en bewaarde. Zo kwam ze op ideeën. De vaste bezoeksters kregen het programma van de komende maanden keurig op een lijstje, zodat ze zich konden verdiepen in het werk van de bezoekende schrijvers.

Will en Ank Otto tijdens het afscheid van Will van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in de Brugzaal in het Lelycentre in Lelystad. Foto: Zuiderzeecollectie / Batavialand

Grondige voorbereiding

‘Wat ik belangrijk vind is dat de mensen meer gaan lezen’, zei Ank Otto in 1988 tegen een verslaggever van NRC Handelsblad. Ze had liever niet dat iemand zomaar voor de aardigheid kwam en drong aan op een grondige voorbereiding. Tegen de verslaggever zei ze hierover: ‘Als iemand vraagt: ‘Mag ik komen?’ dan zeg ik altijd: ‘Je moet wel minimaal een of twee boeken van de schrijver gelezen hebben, anders weet je echt niet waar hij het over heeft. We zijn allemaal gastvrouw’’. Controleren kon ze het natuurlijk niet, maar ze had de indruk dat de meeste bezoekers zich wel aan dat verzoek hielden. Het merendeel van de schrijvers was heel enthousiast over een bezoek aan Lelystad, aldus het dagblad.

Nog steeds alive and kicking

De traditie die Ank Otto ooit begon, liep na het vertrek van het echtpaar Otto nog vele jaren door in zijn oorspronkelijke vorm. Onder leiding van Fokje Tulner, destijds werkzaam bij de bibliotheek, bleef Schrijvers in de Huiskamer bestaan. Dames met een ruime woonkamer fungeerden bij toerbeurt als gastvrouw, er was een klein bestuur en twee vaste helpsters die tijdens de pauze geruisloos voor de thee zorgden. Tot COVID uitbrak. Bijeenkomsten in een huiskamer waren toen vanzelfsprekend onmogelijk.

Proza in Posa

Toen er na vaccinatie weer voorzichtig samenkomsten mogelijk waren, werd besloten de groep te verplaatsen naar Theater Posa. Daarmee veranderde ook de naam: Proza in Posa . Het sjouwen met stoelen en het telkens ombouwen van de woonkamer werd, mede door de vergrijzing binnen de groep, simpelweg te belastend. In Posa is meer ruimte, al is de sfeer er wat anoniemer. Daar staat tegenover dat er nu ook video’s en foto’s getoond kunnen worden – een echte verrijking.

En ja, ook in de bibliotheek worden lezingen georganiseerd waarvoor schrijvers naar Lelystad komen; de Vrienden van de Bieb organiseren jaarlijks vier à vijf keer een Literair Café. Maar de literaire bijeenkomsten die ooit door Ank Otto in het leven zijn geroepen, bestaan nog altijd – weliswaar in een iets andere vorm, maar nog steeds alive and kicking.

Schrijver Geert Mak in gesprek met oud-stadsdichter Marcel van Kersbergen tijdens het eerste Literair Café van het seizoen 2025-2026 in de bibliotheek. Foto: Egbert Voerman

Bronnen

– De schrijver en zijn lezers , door Ruud Kagie, Vrij Nederland, Boekenbijlage 1983

– Ik sla mezelf tot ridder als dit lukt: Schrijvers op bezoek bij hun lezers , NRC Handelsblad 13 mei 1988

– Will Otto (1919-2008): Startmotor van Flevoland , door Maarten F. Otto, Uitgeverij Barkhuis, 2017

– Mailwisseling met Marie Henriette Cassé-Kamper 

error: Content is protected !!