In de zomer van 1990 legde het opinieblad Vrij Nederland een pijnlijke kwestie bloot in Lelystad: terwijl er meer dan tweeduizend woningen leegstonden, werden werklozen sinds 1987 actief geweerd. Officieel om financiële redenen. De jonge groeistad kampte met tekorten en wilde voorkomen dat nog meer uitkeringsgerechtigden zich zouden vestigen. Dat mocht juridisch, zolang het niet om langdurig werklozen ging.
Maar uit onderzoek van het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR) bleek dat vooral allochtonen werden geweerd. In telefoontests kreeg een werkloze man met een Surinaams accent te horen dat hij ‘gewoon niet’ in aanmerking kwam voor een huis. Een Nederlandse werkloze beller ontving wél formulieren. De steekproef was klein, erkende het LBR, maar signalen stapelden zich op: meer klachten, interne cijfers over etnische herkomst en zelfs plannen om Antillianen te ontmoedigen zich in Lelystad te vestigen.