Als ik dit stukje schrijf, vallen de mussen dood van het dak en is het hitteplan in werking gesteld. Dertig jaar geleden, in augustus 1995, was het ook zo warm. Er waarde er een botulisme-epidemie door de Oostvaardersplassen. Door de aanhoudende hoge temperaturen in combinatie met het eiwitrijke en zuurstofarme ondiepe water in het natuurgebied was het dodelijke organisme actief geworden. Het zorgde voor duizenden slachtoffers onder de vogelpopulatie. Vooral de wintertaling was de klos; ruim 80 procent van het aantal geraapte kadavers bestond uit deze kleine eendensoort.
Dood en verderf in de Oostvaardersplassen
Deel 65 gaat over een botulisme-uitbraak, die dood en verderf zaaide in de Oostvaardersplassen.
Wat is botulisme?
Botulisme is een soort voedselvergiftiging, veroorzaakt door het gif botulinum van de bacterie Clostridium Botulinum. De bacterie maakt dit gif aan tijdens de groei. De ideale omstandigheden hiervoor zijn een watertemperatuur tussen de 20 en de 25 graden Celsius en een eiwitrijke omgeving, zoals de kadavers van dode vissen.
Ondiepe wateren vormen voor de bacterie ideale broedplaatsen, omdat hier makkelijk hoge watertemperaturen worden bereikt. Vooral in kadavers kan de bacterie zich snel vermeerderen waarna hij theoretisch duizenden andere dieren kan vergiftigen. De belangrijkste tegenmaatregel is dan ook het opruimen van de dode dieren.
Mee op reportage
Mijn contactpersoon, beheerder Jan Griekspoor, nodigde mij uit om een dag mee op reportage te gaan, zodat ik zelf een beeld kon krijgen van de omvang van de botulisme-uitbraak, toen al een van de ergste uit de geschiedenis van de Oostvaardersplassen. Alleen in het rampjaar 1983, toen er 35.000 slachtoffers onder de vogelpopulatie werden geteld, was het erger. De uitbraak begon in 1983 rond half juli, onder andere met de sterfte van circa 100 vissen in de aalscholverkolonie. De uitbraak duurde tot eind september.
Jan Griekspoor en zijn collega’s hadden in de zomer van 1995 een dagtaak aan het rapen van kadavers. Om de verspreiding van de dodelijke vogelziekte nog enigszins binnen de perken te houden, was het belangrijk de kadavers zo snel mogelijk weg te halen. Dat werk had de hoogste prioriteit. ‘Het andere werk moet maar even wachten’, zei Griekspoor.
Tot aan je kruis in de modder
Jan Griekspoor en ik gingen met een kano het moerasgebied in, vanaf de Oostvaardersdijk. Plastic zakken aan boord om de kadavers in te stoppen. Een zware en vieze klus. Soms was het water zo ondiep en het riet zo dicht, dat het werk alleen maar wadend kon worden voortgezet. Lieslaarzen zijn dan onontbeerlijk, want op sommige plekken zak je bijna tot aan je kruis weg in de modder. Geen pretje als je een zware zak vol stinkende kadavers met je mee moet zeulen.
Om zoveel mogelijk kadavers te kunnen vinden, was het waterpeil ongeveer twee maanden eerder zodanig verlaagd, dat bepaalde gebieden droog kwamen te liggen. De moerassige doolhofjes van riet, wilgen en water, waar je normaal niet kon komen, waren nu bereikbaar geworden.
We vonden niet alleen dode vogels, maar ook veel dode vissen. Soms zover vergaan, dat we de resten met een schepje vanuit het water op het land gooiden. Op het droge richt een kadaver minder schade aan. De bacterie die het botulisme veroorzaakt, wordt namelijk pas actief in het water.
Slachtoffer van eigen succes
Het natuurgebied was het slachtoffer van geworden van zijn eigen succes, vertelde Jan Griekspoor mij destijds. ‘Omdat er hier zulke enorme concentraties watervogels zitten, vallen hier de grootste klappen. Juist het stilstaande ondiepe water en de enorme rietmoerassen waardoor het gebied zo aantrekkelijk is voor die vogels, maken het meteen ook erg kwetsbaar voor botulisme’.
Onder de douche
Vies, bezweet en met zakken vol stinkende kadavers stapten we die middag weer aan land. De zakken met kadavers werden meteen afgevoerd om te worden vernietigd. Weer thuis gekomen, stapte ik direct onder de douche.
Pas toen de temperatuur die zomer weer ging dalen, stopte de epidemie. Het rapen van kadavers ging nog een paar weken door.
De laatste jaren komt botulisme in de Oostvaardersplassen vrijwel niet meer voor. Mede dankzij alert beheer en goed toezicht.