Perceel P, zoals het kunstmatig aangelegde eiland in het IJsselmeer eerst heette, lag de eerste paar jaren van zijn bestaan geïsoleerd in het IJsselmeer. Het was alleen per boot of (in noodgevallen) per helikopter bereikbaar. Daar kwam na 28 oktober 1954 een einde aan. Op die dag werd de Knardijk gesloten. Toen ook de weg over de dijk was aangelegd, werd perceel P bereikbaar voor toeristen. Nieuwsblad De Flevolander schreef hierover in nummer één van de eerste jaargang, die verscheen op 10 augustus 1955 onder de rijmende kop ‘Toeristisch wel en wee op ‘t pas ontsloten perceel P’.
Perceel P, een toeristische trekpleister
Deel 51 gaat over de eerste toeristen op het werkeiland, die nog veel moesten leren.
Het was even wennen, zowel voor de bewoners als voor de toeristen. Hoewel Lelystad toen ‘geen wezenlijk belang had bij vreemdelingenverkeer’, waren de bewoners altijd vriendelijk en bereid om te helpen. Toch ergerden zij zich aan één ding, meldt de De Flevolander : ‘De gasten zouden eens moeten ophouden (…) met het behandelen van de Lelystedelingen als andersoortige mensen, die men aankijkt alsof zij wellicht van een andere planeet kwamen. Het is hier tenslotte geen dierentuin’.
‘Enorm gevaarlijk’
Sommige toeristen vonden wachtmeester eerste klasse van de rijkspolitie Johan Dijkstra op hun weg. Hij wees ze ‘vriendelijk, maar langzamerhand toch zeer dringend’, op het verbod om bij de bouwput van gemaal Wortman te komen, want daar was het ‘enorm gevaarlijk, met achteruitrijdende auto’s en transporten’.
Teleurgestelde hengelaars
Sommige bezoekers kwamen in volledige hengelaarsuitrusting naar perceel P, om er tot hun teleurstelling op te worden gewezen dat daar helemaal niet mocht worden gevist. Saillant detail: dat sommige vaste bewoners paling stroopten, liet Dijkstra oogluikend toe. ‘Een pionier wilde weleens wat anders dan lezen of wandelen over een kale dijk’.