Geen bagger, maar snert
Met de documentaire En de zee was niet meer (1955) richtte Bert Haanstra (1916-1997) een sfeervol monument op voor de verdwijnende cultuur van de vissersdorpen langs het IJsselmeer. Door de inpoldering kwam er een einde aan deze manier van leven. In opdracht van de overheid legde Haanstra de folklore vast voor het te laat was.
Een paar jaar daarvoor, in 1951, was juist de dijkaanleg voor de polder Oostelijk Flevoland het onderwerp van Dijkbouw , een film die Haanstra in opdracht van Shell maakte. De bedoeling van deze korte documentaire was een beeld te geven van de toepassing van een nieuwe methode van bekleding van het dijklichaam door middel van reusachtige platen asfalt, een product van Shell. ‘Uiteraard is dit nieuwe procédé niet alleen van belang voor de dijkbouw in ons land, maar ook voor die in alle delen van de wereld’, schreef dagblad De Tijd op 20 september 1952 in een bespreking van de film.
Van wilgentwijgen naar asfalt
Haanstra slaagt er in deze film overtuigend in om met een reeks duidelijke en suggestieve beelden de oude methode, waarbij uit wilgentwijgen gevlochten zinkstukken met keien worden verzwaard en tot zinken gebracht, te stellen tegenover het nieuwe systeem, waarbij reusachtige vloeren van asfalt op het platform van een schuit worden geprepareerd en dan tegen de glooiing van de dijk afgeschoven en neergelaten.
De eeuwige strijd tegen de zee
De regisseur, die later een Oscar won voor zijn documentaire Glas uit 1958, gaf met Dijkbouw een indrukwekkende impressie van het gigantische werk van de inpoldering, waarbij hij achter de beelden de suggestie oproept van de eeuwige strijd van de Nederlanders tegen de zee. ‘Haanstra heeft zich niet beperkt tot het observeren met het camera-oog van de machines, baggermolens, hijskranen en alles wat maar kracht kan ontketenen, doch vooral ook de mens met aandacht en een gevoelig hart gadegeslagen, als het bezielde wezen, dat dit alles stuwt en bestuurt’, aldus de lovende bespreking in De Tijd .
De kok van het werkeiland wist de oplossing
Tijdens het maken van de film verbleef Haanstra met zijn ploeg enige weken in het kamp op het werkeiland Lelystad (het huidige Lelystad-Haven). In het boek Geschiedenis Werkeiland Lelystad uit 1992 staat daarover een grappige anekdote. Haanstra’s geluidstechnicus had grote problemen met de registratie van het geluid van de baggermolens. Vooral het neerploffen van de bagger in de naast de molen gelegen bakken wilde maar niet goed op de band. De kok van het kamp, Willem Nentjes, wist de oplossing. Zijn snert was zo dik, dat het vallen van de snert in de pan vanuit een grote pollepel precies het juiste geluidseffect gaf.