Fietstassen vol noten
Het Zuigerplasbos heeft een speciale plek in mijn hart. Als kind, achterop de bagagedrager van mijn vader, leerde ik het toen nog prille bos kennen. Het bos dankt zijn naam aan de plas in het midden die is ontstaan door zandwinning ten behoeve van de dijkaanleg. Rond deze plas werd vanaf 1964 bos aan gelegd.
Mijn vader werkte van 1969 tot 1975 bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, in de Cultuur. Dat had niets met kunst te maken, maar alles met het in cultuur brengen van de polderbodem. Met de bosschuur aan de Veldweg in het Zuigerplasbos als uitvalsbasis heeft mijn vader samen met zijn collega’s heel wat bomen geplant in en rond Lelystad. Daardoor wist hij op hoge leeftijd nog wat de beste plekken waren om walnoten, hazelnoten en bramen te plukken. Met fietstassen vol kwam hij thuis, een notenvoorraad om maandenlang van te genieten.
Ideale speelplek
Toen we halverwege de jaren ‘70 verhuisden van Texelstroom in de Zuiderzeewijk naar het Karveel, lag het Zuigerplasbos zo’n beetje in onze achtertuin. De ideale speelplek. ‘s Zomers hutten bouwen en ‘oorlogje spelen’. Of met een bamboehengel vissen op snoekbaars en ruisvoorn. Met een zelfgemaakt vlot peddelden wij soms naar één van de eilandjes, waar een meeuwenkolonie zat. Om eieren te rapen (Sorry, boswachter! Ik raad dat nu iedereen af).
En schaatsen natuurlijk, als ‘s winters het ijs op de sloten en de centrale plas dik genoeg was.
Nu ik zelf kinderen heb, kom ik er nog steeds graag.