Deel 32 gaat over een gitzwarte dinsdag meer dan 80 jaar geleden.
Het Knarbos is een natuurgebied in het buitengebied van Lelystad waar ik graag met mijn gezin kom. Je kunt er in elk jaargetijde mooi wandelen. Aan de rand van dit bos, bij de kruising van de Knarweg met de Vogelweg, staat een crashpaal die herinnert aan een gebeurtenis op 11 januari 1944. Op die datum stortte op deze plek de Amerikaanse Boeing B-17G 42-3486 in het IJsselmeer.
Het toestel – een zware bommenwerper – was op de terugvlucht van een missie in het Duitse Halberstadt, waar succesvol een vliegtuigfabriek van Junkers was gebombardeerd, naar de thuisbasis Alconbury in Engeland. Bij een aanval door Duitse jachtbommenwerpers raakte de staart beschadigd en werd het staartgeschut uitgeschakeld. Er werd op het scherpst van de snede gevochten en de Amerikanen werden vrijwel geen moment met rust gelaten.
Inmiddels boven Nederland, op slechts tien minuten van de kust, werd de bommenwerper opnieuw aangevallen, dit keer met fatale gevolgen. De cockpit werd geraakt en een van de motoren vloog in brand. De neus richtte zich naar het aardoppervlak en zou niet meer van zijn koers afwijken.
Ooggetuigen van het luchtgevecht in Harderwijk zagen dat vier van de elf bemanningsleden het vliegtuig tijdig wisten te verlaten met hun parachute. Eén van hen verdronk in het IJsselmeer, twee werden opgepikt door een vaartuig en krijgsgevangen gemaakt en één landde op vaste grond, maar brak daarbij zijn rug en bleef daarvan tot aan zijn dood hinder ondervinden.
De stoffelijke resten van zes andere bemanningsleden zijn in de maanden na de crash opgevist of aangespoeld en begraven. Pas bij de berging van de wrakstukken in 1969 zijn de stoffelijke resten van het laatste nog vermiste bemanningslid gevonden en kon ook hij worden begraven.
Op 4 mei ben ik twee minuten stil. En denk ik aan deze vliegtuigbemanning en aan al die anderen die ervoor hebben gezorgd dat wij nu al 79 jaar in vrijheid leven.